Vorige week werd onder grote belangstelling het boek “Media in beweging” van Iris Musschoot en Bart Lombaerts gelanceerd. Nogmaals felicitaties aan de auteurs trouwens.
Christian Van Thillo hield bij die gelegenheid een toespraak over het medialandschap in 2018, zoals alleen hij die geven kan. De nadruk lag daarbij op de redenen waarom de zogenaamde traditionele media er in 2018 nog steeds, wellicht in aangepaste vorm en bezetting, zullen zijn. Dat de sterke mediamerken van vandaag ook morgen, indien zij ook het creatief leiderschap kunnen behouden, nog de marktleiders zullen zijn, zal niemand betwijfelen.
Maar op één punt vergist de heer Van Thillo zich wellicht. Zijn stelling is, dat de mediabedrijven van vandaag ook in de toekomst niet zo veel te vrezen hebben, omdat de media een zeer financieel intensieve sector is.
Ik zou de heer Van Thillo, en met hem ook alle minder visionaire mediabonzen, willen aanraden zeer dringend het boek ”The Wealth ofNetworks, How Social Production Transforms Markets and Freedom” van Yochai Benkler , een jurist nota bene, te lezen.

Volgend citaat uit de inleiding vat goed samen wat de boodschap is:
“In the networked information economy, the physical capital required for production is broadly distributed throughout society. Personal computers and network connections are ubiquitous. This does not mean that they cannot be used for markets, or that individuals cease to seek market opportunities. It does mean, however, that whenever someone, somewhere, among the billion connected human beings, and ultimately among all those who will be connected, wants to make something that requires human creativity, a computer, and a network connection, he or she can do so—alone, or in cooperation with others. He or she already has the capital capacity necessary to do so; if not alone, then at least in cooperation with other individuals acting for complementary reasons. The result is that a good deal more that human beings value can now be done by individuals, who interact with each other socially, as human beings and as social beings, rather than as market actors through the price system. …/… The result is a flourishing nonmarket sector of information, knowledge, and cultural production, based in the networked environment, and applied to anything that the many individuals connected to it can imagine. Its outputs, in turn, are not treated as exclusive property. They are instead subject to an increasingly robust ethic of open sharing, open for all others to build on, extend, and make their own.”
De boodschap voor de mediasector is duidelijk. Iedereen met een computer, een netwerkverbinding en verbeelding kan vandaag ‘uitgever’ worden. Alleen of samen met anderen. Er ontstaat met andere woorden stilaan een niet-traditioneel vermarktte informatie-economie die buiten de regels van prijszetting en louter financiële waardebepaling opereert. In de IT sector bijvoorbeeld is de ontwikkeling van open-source software , door mensen die vaak onbaatzuchtig samenwerken, niet meer weg te denken. Dit zou dus ook wel eens een bijzonder grote impact op media kunnen hebben.
Voor wie dit niet gelooft, verwijs ik graag naar twee recente gebeurtenissen:
1. De Winkler Prins Encyclopedie zet bij gebrek aan interesse zijn gedrukte uitgave stop, maar gaat wel door online. En ondertussen blijft men ontkennen dat Wikipedia daar voor iets tussenzit…
2. Milo wordt wegens onvoldoende advertentie-inkomsten stopgezet. Het tijdschrift van Seniorennet, dat voor het grootste stuk met user generated content gevuld wordt, kan wel verder uitgegeven worden…
Intussen probeer ik me verder door het boek van Benkler te worstelen. Boeiende, maar zware kost.